Over Romanna

Twee Roma-meisjes met schooltas die ze van Ro-manna vrijwilligers hebben gekregen.

Hoe het begon
Imre werd in 1998 voorganger van een Roma-kerk in een dorp bij de Hongaars-Roemeense grens. Hij voelde compassie voor de Roma’s en wilde helpen door praktische hulp te bieden zoals voedsel, onderdak en kleding. Zijn werk, dat uitgevoerd wordt onder de naam Gipsy Mission, breidde zich snel uit. Inmiddels stuurt hij ontwikkelingsprojecten aan in 22 dorpen.

Contact met Nederland
Vanaf het begin dat Imre in de dorpen werkt reist een groep vrijwilligers naar Roemenië om hem en zijn vrouw Maria te helpen. Mannie Brouwer vertelde: “We zagen met eigen ogen hoe groot de armoede was, verzamelden hulpgoederen brachten dat naar de Roma’s. Een klein meisje pakte me bij mijn hand liet heel trots een schoolfoto zien van haar klas. Ze had een schriftje, maar die was helemaal vol en zonder nette schoolspullen mag ze niet meedoen.” Een schriftje. Meer was er op dat moment niet nodig. Na jarenlang ontwikkelingshulp te bieden is er langzaam verandering. Kinderen gaan naar school, er zijn landbouwprojecten gerealiseerd en huizen gebouwd.

Het werk blijft gelijk, de naam is veranderd
Eind 2019 stopte de ‘oude’ Stichting EU-Roma die voorzag in de hulp, maar voor een groep betrokken mensen en enthousiaste Nederlandse kinderen is opgeven geen optie. Kinderen, ouders en leerkrachten gingen aan de slag met een actie om zoveel mogelijk schooltassen vol schriften, pennen, winterjassen en schoenen te verzamelen. Ze wilden ook zonder stichting zoveel mogelijk Romakinderen een kans geven om naar school te gaan. Ze reden naar Imre en Maria met 250 tassen, gaven deze aan de kinderen en reden terug naar Nederland.

Het verhaal van Harry Brouwer 22 februari 2020
Het is 6.53 uur als ik wakker word. De wind giert om het huis en de regen geselt het thermopane Hr++ glas. Ik lig in bed en onmiddellijk gaan mijn gedachten 1500 kilometer verderop naar de zigeunerdorpen waar ik de afgelopen week, samen met acht vrienden, schoolspullen, jassen en schoenen heb gebracht voor meer dan 250 kinderen.

Toen we hen bezochten was het 14 graden en de zon scheen. De dankbaarheid van de kinderen en hun ouders was groot. Hun ogen straalden, hun huisjes waren krotten, het stonk overal en in mij rijst de vraag: “Hoe kan je zo leven? … Iedere dag? … En blij zijn?”

Terwijl wind en regen vandaag tekeer gaan in Winschoten zit ik binnen, bij de kachel, lees de krant, drink koffie, kijk tv en op Facebook lees ik de berichten van vrienden die het zo goed vinden wat wij doen in Roemenië. “Hoezo goed?”, vraag ik me af. We zijn weer thuis en pakken gewoon de draad van ons leven weer op.

Hoe zou het nu zijn met de mensen daar? Stormt en regent het in hun dorpen? En hoe blijven ze warm en droog? Ze waren dankbaar voor de spullen, maar hebben wij daarmee hun leven veranderd of zij dat van ons? Ik hoop van beide een beetje en bid dat het geen voorbijgaand incident was.

Harry Brouwer
Secretaris Stichting Ro-Manna

%d bloggers liken dit: